staathuishoudkunde

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de leer van de financiële huishouding van een landelijke overheid; de leer betreffende het bestieren van een land
  2. de wetenschap die zich bezighoudt met de keuzes die mensen maken bij de productie, distributie en consumptie van goederen en diensten