economie

vrouwelijk (de)/ˌekonoˈmi/

Wat is de betekenis van economie?

economie betekent: (wetenschap) de leer die zich bezighoudt met de voortbrenging en verdeling van schaarse goederen en diensten

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wetenschap (wetenschap) de leer die zich bezighoudt met de voortbrenging en verdeling van schaarse goederen en diensten
  2. economie (economie), de economische praktijk ofwel het geheel van productie, handelsverkeer en diensten binnen een bepaalde regio
  3. economie (economie), het economisch systeem ofwel de wijze waarop de economische praktijk is ingericht
  4. Zuinigheid

Voorbeelden van "economie" in een zin

  • Ik had een onvoldoende voor economie, maar mocht toch naar de volgende klas.
  • De economie loopt in dat land al jaren slecht.

Betekenis en uitleg van economie

Economie verwijst naar de manier waarop samenlevingen hun middelen gebruiken om in de behoeften van mensen te voorzien. Het omvat alles van productie en distributie tot consumptie van goederen en diensten, en is een belangrijk aspect van ons dagelijks leven.

Je gebruikt het woord 'economie' vaak in gesprekken over financiën, bedrijfsleven of politiek. Het kan verwijzen naar de nationale economie, zoals de Nederlandse economie, of naar lokale en wereldwijde economische trends. De nuance van het woord verandert afhankelijk van de context; het kan positief zijn, zoals wanneer je het hebt over groei, maar ook negatief, zoals bij recessies.

Voorbeelden

  • De economie van ons land laat tekenen van herstel zien na de crisis.
  • Ondernemers moeten zich aanpassen aan de veranderende economie om relevant te blijven.
  • Een sterke economie biedt kansen voor zowel bedrijven als consumenten.

Woordoorsprong

Het woord 'economie' komt van het Griekse 'oikonomia', wat 'huishouding' of 'beheer van het huis' betekent. Dit duidt op de oorsprong van economische activiteiten in het beheer van middelen binnen gezinnen en gemeenschappen.

Veelgestelde vragen over economie

Wat is de betekenis van economie?

economie betekent: (wetenschap) de leer die zich bezighoudt met de voortbrenging en verdeling van schaarse goederen en diensten

Hoeveel betekenissen heeft economie?

economie heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft economie?

economie is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van economie?

Synoniemen van economie zijn: staathuiskunde, bedrijvigheid, marktsamenleving, nationale huishouding, staatshuishouding.

Hoe gebruik je economie in een zin?

Voorbeeld: “Ik had een onvoldoende voor economie, maar mocht toch naar de volgende klas.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zuinigheid’ voor het eerst aangetroffen in 1793

Vertalingen

Engelseconomics, economy
Franssciences économiques, économie
DuitsWirtschaftswissenschaft, Wirtschaft, Ökonomie
Spaanseconomía
Italiaanseconomia, economia
Portugeeseconômico, economia
Russischэкономика
Chinees經濟, 经济
Japans経済, けいざい
Koreaans경제
Arabischإقتصاد
Turksekonomi
Poolsekonomia
Zweedsekonomi
Deensøkonomi