staatsburger

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) iemand die burgerrechten in een staat heeft
    De staatsburgers demonstreerden tegen de aanname van de nieuwe wet.
    Je heet, je moet me de uitspraak niet kwalijk nemen, ging hij verder, nog steeds met diezelfde vreemde blik, je heet Eric Henri Oscar Lauritz Letang. En je bent Frans staatsburger.
    Nieuwe socialistische wetten gaven deze instanties het recht om ook als de buitenlandreizigers onberispelijke staatsburgers waren naar smokkelgeld te zoeken.

Etymologie

*Samenstelling van de genitiefvorm van staat en burger (burger des staats, burger van de staat).

Vertalingen

Engelscitizen
Franscitoyen, citoyen de l'État
DuitsStaatsbürger, staatsborger, staatsborgar
Spaanssúbdito, ciudadano