staatszaak

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈstatsak/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek (politiek) kwestie van algemeen belang, iets wat de overheid aangaat
    Mirren bedankte de koningin "uit naam van al uw trouwe onderdanen" en sprak bewondering uit voor haar "onwankelbare hoop, ondersteuning en leiderschap" in de afgelopen zeventig jaar. "We prijzen en bewonderen de manier waarop u vaardig en waardig staatszaken verricht."
  2. figuurlijk (figuurlijk) heel belangrijk onderwerp

Etymologie

* leenvertaling van "affaire d'Etat"