stageklas
vrouwelijk (de)/ˈstaʒəˌklɑs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- klas waarin een pabo student stage looptMet die uitspraak zette een van mijn studenten de toon tijdens een discussie over ongelijkheid. De ‘neet’ was in dit geval het jonge kind met een migratieachtergrond dat over enkele weken weer in haar stageklas zou zitten. Ik geef namelijk les aan de leraren van morgen. O jawel, ze vond die ‘zwarte kindjes’ schattig en ze zou haar uiterste best doen om hen wat bij te leren, maar in haar achterhoofd was er toch altijd weer haar moeder die zei: ‘Neten worden…’ De Standaard 21 MAART 2017 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20170320_02791076 ‘Neten worden luizen’]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek