steenmarter
mannelijk (de)/ˈstemɑrtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) bepaald soort zoogdier,Met veel trots kan ik u het verschil noemen tussen een boom- en een steenmarter (de een heeft een gele halsvlek, de ander een gevorkte witte).
Etymologie
*, omdat dit dier zich goed in rotsachtige of stenige omgeving kan leven
Vertalingen
Engelsbeech marten
Fransfouine
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek