stekel

mannelijk (de)/ˈste.kəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een langwerpig, scherp stukje van bijvoorbeeld een plant of dier
    Ik haalde mijn huid aan die stekel open.

Etymologie

*Afgeleid van steken .

Vertalingen

Engelssting
DuitsStachel
Spaansespina, púa