prikkel

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van prikkel?

prikkel betekent: gevoelssignaal, stimulus, plotselinge irritatie van het zenuwstelsel, aansporing

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gevoelssignaal, stimulus, plotselinge irritatie van het zenuwstelsel, aansporing
  2. doornen van prikkelende voorwerpen, planten

Voorbeelden van "prikkel" in een zin

  • De prikkel van de sporen deed het paard een uiterste poging wagen.
  • Pas op! Anders zit je midden in de prikkels.

Betekenis en uitleg van prikkel

Een prikkel is iets dat je aandacht trekt of een reactie uitlokt. Het kan zowel fysiek als mentaal zijn, zoals een geluid dat je doet omkijken of een idee dat je aanzet tot nadenken.

Je gebruikt het woord 'prikkel' vaak in situaties waar iets invloed heeft op je zintuigen of gedachten. Bijvoorbeeld in de psychologie, waar prikkels een rol spelen in hoe we ons voelen en reageren. Het kan ook verwijzen naar positieve stimulansen, zoals motivatie, of negatieve, zoals stress.

Voorbeelden

  • De felle kleuren van het schilderij waren een prikkel voor zijn creativiteit.
  • De onverwachte vraag in de vergadering zorgde voor een prikkel die het gesprek nieuwe richting gaf.
  • De geur van versgebakken brood was een prikkel die hem naar de bakker trok.

Woordoorsprong

Het woord 'prikkel' komt van het werkwoord 'prikkelen', wat betekent iemand of iets aanzetten tot actie of reactie. Het heeft een sterke verbinding met sensatie en stimulatie.

Veelgestelde vragen over prikkel

Wat is de betekenis van prikkel?

prikkel betekent: gevoelssignaal, stimulus, plotselinge irritatie van het zenuwstelsel, aansporing

Hoeveel betekenissen heeft prikkel?

prikkel heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft prikkel?

prikkel is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je prikkel in een zin?

Voorbeeld: “De prikkel van de sporen deed het paard een uiterste poging wagen.

Vertalingen

Engelsimpetus, incitement, stimulus
Fransimpulsion, incitation
DuitsImpuls, Anstoß, Stimulanz
Spaansimpulso, incitación
Zweedsimpuls, ansporrande, stimulerande