stellen

/ˈstɛlə(n)/

Wat is de betekenis van stellen?

stellen betekent: (ov) doen staan, in een bepaalde positie brengen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) doen staan, in een bepaalde positie brengen
  2. ov (ov) beweren, verklaren
  3. als gegeven, vaststaand feit aannemen
  4. ov, scheikunde (ov) (scheikunde) de sterkte van een oplossing middels titratie nader bepalen
  5. refl (refl) zich ~ zich beschikbaar maken
  6. het uitspreken van iets
  7. genoegen nemen met

Voorbeelden van "stellen" in een zin

  • Hij stelde het mechaniek in werking.
  • In zijn betoog stelde de advocaat dat de verdachte onschuldig was.
  • Stel je ligt al even op het strand te zweten en je wil een verfrissende duik nemen.
  • De loogoplossing werd op kaliumwaterstofftalaat gesteld.
  • Hij stelde zich kandidaat voor het presidentschap.

Etymologie

* In de betekenis van ‘plaatsen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1260

Uitdrukkingen

  • Aan de kaak stellenBekendmaken wat niet in orde is
  • Alles op haren en snaren stellenZich buitengewoon beijveren
  • De wet stellenIemand iets opdragen te doen
  • Eisen stellen aanDwingende verwachtingen opleggen aan
  • In de schaduw stellenHet beter doen dan een ander, iemand overtreffen
  • In de waagschaal stellenEen groot risico nemen
  • In staat stellenDe mogelijkheid geven om iets te doen|
  • In vrijheid stellen

Vertalingen

Engelsput, erect, state
Fransprétendre
Duitsstellen, behaupten, anführen
Russischутверждать