stellen
/ˈstɛlə(n)/
Wat is de betekenis van stellen?
stellen betekent: (ov) doen staan, in een bepaalde positie brengen
Betekenis
werkwoord
- (ov) doen staan, in een bepaalde positie brengen
- (ov) beweren, verklaren
- als gegeven, vaststaand feit aannemen
- (ov) (scheikunde) de sterkte van een oplossing middels titratie nader bepalen
- (refl) zich ~ zich beschikbaar maken
- het uitspreken van iets
- genoegen nemen met
Voorbeelden van "stellen" in een zin
- Hij stelde het mechaniek in werking.
- In zijn betoog stelde de advocaat dat de verdachte onschuldig was.
- Stel je ligt al even op het strand te zweten en je wil een verfrissende duik nemen.
- De loogoplossing werd op kaliumwaterstofftalaat gesteld.
- Hij stelde zich kandidaat voor het presidentschap.
Etymologie
* In de betekenis van ‘plaatsen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1260
Uitdrukkingen
- Aan de kaak stellen — Bekendmaken wat niet in orde is
- Alles op haren en snaren stellen — Zich buitengewoon beijveren
- De wet stellen — Iemand iets opdragen te doen
- Eisen stellen aan — Dwingende verwachtingen opleggen aan
- In de schaduw stellen — Het beter doen dan een ander, iemand overtreffen
- In de waagschaal stellen — Een groot risico nemen
- In staat stellen — De mogelijkheid geven om iets te doen|
- In vrijheid stellen
Vertalingen
Engelsput, erect, state
Fransprétendre
Duitsstellen, behaupten, anführen
Russischутверждать
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek