stem

mannelijk/vrouwelijk (de)/stɛm/

Wat is de betekenis van stem?

stem betekent: (biologie) geluid dat onder meer door het trillen van de menselijke stembanden wordt geproduceerd

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) geluid dat onder meer door het trillen van de menselijke stembanden wordt geproduceerd
  2. communicatie (communicatie) geluid dat een mens bij het spreken voortbrengt
  3. muziek (muziek) geluid dat een mens bij het zingen voortbrengt
  4. muziek (muziek) elk van de partijen van een vocaal of instrumentaal muziekstuk
  5. muziek (muziek) elk van de reeksen orgelpijpen met een eigen klankkleur, die de organist desgewenst kan laten meeklinken
  6. sociologie (sociologie) mondeling of schriftelijk kenbaar gemaakte wilsuiting die bij het nemen van een beslissing of een verkiezing, medebepalend is

Voorbeelden van "stem" in een zin

  • De menselijke stem is uniek in de biologie.
  • ’Wie weet er een mop?’ riep een aarzelende stem. Een voor een begonnen we grappen en verhalen met elkaar te delen om de moed erin te houden.
  • Je herkent hem aan zijn donkere stem.
  • Ik kon niet alles goed volgen, maar het monotone geluid van stemmen om mij heen voelde veilig en vertrouwd.
  • Een countertenor met zijn hoge stem.

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "stemme" van Oudnederlands "stimma", in de betekenis van ‘door spreken voortgebracht geluid’ voor het eerst aangetroffen in 901

Uitdrukkingen

  • de stem van het gewetenhet eigen geweten laten spreken
  • een stem in het kapittel hebbenin een zaak stemgerechtigd zijn
  • de stemmen zwijgenonbesliste uitslag bij een stemming

Vertalingen

Engelsvoice, voice, voice
Fransvoix, voix, voix musicale
DuitsStimme, Stimme, Stimme
Spaansvoz, voto
Italiaansvoce, voto
Turksses
Poolsgłos, głos