stomheid

vrouwelijk (de)/ˈstɔmhɛit/

Wat is de betekenis van stomheid?

stomheid betekent: zaken die gebeuren door domheid en/of onoplettendheid

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zaken die gebeuren door domheid en/of onoplettendheid
  2. het dom zijn
  3. het stom zijn (niet spreken)

Voorbeelden van "stomheid" in een zin

  • De dronken man begin een grote stomheid door tegen de deur van de burgemeester aan te plassen.
  • Het was weer eens zijn stomheid waardoor hij in de problemen kwam.

Etymologie

* afgeleid van stom

Uitdrukkingen

  • met stomheid geslagenheel erg verbaasd zijn

Vertalingen

Fransmutité