stomheid

vrouwelijk (de)/ˈstɔmhɛit/

Wat is de betekenis van stomheid?

stomheid betekent: zaken die gebeuren door domheid en/of onoplettendheid

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zaken die gebeuren door domheid en/of onoplettendheid
  2. het dom zijn
  3. het stom zijn (niet spreken)

Voorbeelden van "stomheid" in een zin

  • De dronken man begin een grote stomheid door tegen de deur van de burgemeester aan te plassen.
  • Het was weer eens zijn stomheid waardoor hij in de problemen kwam.

Betekenis en uitleg van stomheid

Stomheid verwijst naar een gebrek aan verstand of inzicht, vaak in de zin van ondoordacht gedrag of het maken van domme keuzes. Het kan ook een gevoel van frustratie oproepen wanneer iemand iets onlogisch of ondoordacht doet.

Dit woord wordt vaak gebruikt in informele situaties, bijvoorbeeld wanneer iemand een blunder begaat of niet goed nadenkt over de gevolgen van zijn acties. Het heeft een negatieve connotatie, maar kan ook met een knipoog worden gebruikt om lichte domheid aan te duiden, zoals in humoristische contexten. Stomheid kan ook een manier zijn om te wijzen op menselijk falen, wat ons herinnert aan onze imperfecties.

Voorbeelden

  • Het was echt een moment van stomheid toen hij zijn sleutels in de koelkast liet liggen.
  • Ze kon haar stomheid niet geloven toen ze zich realiseerde dat ze de verkeerde trein had genomen.
  • Tijdens de vergadering toonde zijn stomheid zich duidelijk toen hij met een totaal irrelevante vraag kwam.

Woordoorsprong

Het woord 'stom' is verwant aan het Oudnederlands en het Germaanse 'stumma', wat 'stom' of 'stil' betekent, en verwijst naar het gebrek aan spraak of verstand.

Veelgestelde vragen over stomheid

Wat is de betekenis van stomheid?

stomheid betekent: zaken die gebeuren door domheid en/of onoplettendheid

Hoeveel betekenissen heeft stomheid?

stomheid heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft stomheid?

stomheid is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van stomheid?

Synoniemen van stomheid zijn: domheid, stommiteit, mutisme.

Hoe gebruik je stomheid in een zin?

Voorbeeld: “De dronken man begin een grote stomheid door tegen de deur van de burgemeester aan te plassen.

Etymologie

* afgeleid van stom

Uitdrukkingen

  • met stomheid geslagenheel erg verbaasd zijn

Vertalingen

Fransmutité