stemmen
/stεmə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) deelnemen aan een verkiezingBen je al wezen stemmen?‘Wil je bajen, wil je zwemmen, moet je De Miranda stemmen’.[https://www.parool.nl/geschiedenis-van-amsterdam/monne-de-miranda-een-straatjongen-met-idealisme-die-amsterdam-transformeerde~b903a606/ www.parool.nl (22 mrt 2025)]
- (ov) (muziek) een instrument op de juiste toonhoogte brengen, gelijkstemmenHet orkest stemt altijd op de a van de hobo.
- (ov) iemand een bepaald gevoel gevenDat stemde hem een stuk vriendelijker.Hij ontkent de beschuldiging niet, maar probeert haar milder te stemmen.
Vertalingen
Engelsvote, tune, afinar
Fransvoter, accorder, diposer
Duitswählen, stimmen, stimmen
Spaansvotar, balotar, concertar
Poolsgłosować, stroić
Zweedsrösta, välja
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek