stemmen

/stεmə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) deelnemen aan een verkiezing
    Ben je al wezen stemmen?
    ‘Wil je bajen, wil je zwemmen, moet je De Miranda stemmen’.[https://www.parool.nl/geschiedenis-van-amsterdam/monne-de-miranda-een-straatjongen-met-idealisme-die-amsterdam-transformeerde~b903a606/ www.parool.nl (22 mrt 2025)]
  2. ov, muziek (ov) (muziek) een instrument op de juiste toonhoogte brengen, gelijkstemmen
    Het orkest stemt altijd op de a van de hobo.
  3. ov (ov) iemand een bepaald gevoel geven
    Dat stemde hem een stuk vriendelijker.
    Hij ontkent de beschuldiging niet, maar probeert haar milder te stemmen.

Vertalingen

Engelsvote, tune, afinar
Fransvoter, accorder, diposer
Duitswählen, stimmen, stimmen
Spaansvotar, balotar, concertar
Poolsgłosować, stroić
Zweedsrösta, välja