stemming
vrouwelijk (de)/ˈstɛmɪŋ/
Wat is de betekenis van stemming?
stemming betekent: een mentale of emotionele toestand
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een mentale of emotionele toestand
- het proces van een verkiezing
- (financieel) de heersende mening over de toestand van de markt
- (muziek) de hoogte van de standaardtoon en de onderlinge toonhoogteverhoudingen van een muziekinstrument of toonladder
Voorbeelden van "stemming" in een zin
- De stemming van de vergadering sloeg om na de beschuldiging van de voorzitter.
- Tijdens zijn volgende verlof was Cécile er dromerig en betoverd met het puntje van haar wijsvinger overheen gegaan, wat Alberts stemming er niet beter op had gemaakt. {{Aut|Lemaitre, Pierre
- Soms overweegt Nella Maren te vertellen dat de partij nog steeds in het pakhuis ligt en dat Frans woedend is, maar ze lijken allebei weinig te kunnen doen en Marens stemmingen zijn onvoorspelbaar.
- Het was de uitkomst van een zenuwslopende stemming waarbij Laurence, de absolute topfavoriet van de bookmakers, bij de jury enigszins teleurstellend als derde eindigde met 231 punten. Zweden won bij de vakjury’s voor het verrassende Noord-Macedonië. Tubantia Stefan Raatgever 19 mei. 2019 [https://www.tubantia.nl/dossier-duncan-wint-songfestival/duncan-doet-waar-nederland-na-44-jaar-naar-smachtte~afc527e7/ Duncan doet waar Nederland na 44 jaar naar smachtte]
- Deze blokfluit is gemaakt in de gelijkzwevende stemming .
Etymologie
* van stemmen
Vertalingen
Engelsmood, voting, mood
Spaansestado de ánimo, votación, elección
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek