stempelen

/ˈstɛmpələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets van een zichtbare opdruk voorzien middels een stempel
    Zijn paspoort werd gestempeld en daarna mocht hij het land binnen.
  2. inerg (inerg) een uitkering gaan halen
    Hij heeft enige tijd gestempeld maar hij is nu weer aan het werk.

Etymologie

*afgeleid van stempel

Vertalingen

Engelsmark, stamp
Spaansacuñar, estampar en relieve, sellar