stemspleet
mannelijk/vrouwelijk (de)/stɛmsplet/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- deel van de stembanden waar door resonantie het geluid gevormd wordtDoor de operatie aan het strottenhoofd was de stemspleet geraakt waardoor hij zijn stem verloren is.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek