stevel
mannelijk (de)/ˈstevəl/
Wat is de betekenis van stevel?
stevel betekent: (schoeisel) (verouderd) schoen met een hoge schacht die een deel van het been bedekt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (schoeisel) (verouderd) schoen met een hoge schacht die een deel van het been bedekt
- (muziek) (figuurlijk) onderste deel van een orgelpijp
Voorbeelden van "stevel" in een zin
- Naauwelijks had hij die woorden gesproken of een vijandelijke kogel schrampt hem de schacht van zijn linker stevel en verpletterd het dijbeen van een guide, die in onze nabijheid had post gevat.
- De tongpijp of linguaalpijp verschilt in bouw en klankvoortbrenging geheel van de labiaalpijp. Het belangrijkste "orgaan" van een tongpijp is vanzelfsprekend de tong (…) een dunne strip van veerkrachtig messing. Ook bij deze pijpvorm komt de wind aan de onderkant bij de voetopening (…) de pijp in. Deze pijpvoet wordt stevel (…) genoemd.
Etymologie
*via Middelnederlands "stevel" van "estival" dat is afgeleid van "estive" "been" dat teruggaat op Latijn "stipes" "paal)"; cognaat met "stevel", "Stiefel" en "stövel" [https://www.neerlandistiek.nl/2015/02/addenda-ewn-stevel-en-stiefelen/ Addenda EWN: stevel en stiefelen (12februari 2015) op website: neerlandistiek.nl]; geraadpleegd 2019-03-03
Uitdrukkingen
- dat is een vijand, die meer stevels dan schoenen versleten heeft
- toen hij ruiter wilde worden, had hij geen paard - toen hij een paard vond, ontbraken hem stevels en sporen - en toen hij alles had, was er geen courage: 't gaat hem als Matthijs van Dresden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek