Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

stiefzus

vrouwelijk (de)/ˈstifsʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dochter uit een voorafgaand huwelijk van iemands tweede vader of moeder
    Zijn stiefzus was een stuk ouder, maar ze konden het goed met elkaar vinden.
  2. dochter uit een later huwelijk van iemands eigen vader of moeder
    Toen zijn vader hertrouwde kreeg zijn zelfs nog een stiefzus.

Etymologie

*afgeleid van zus ; op te vatten als (verkorting) van stiefzuster