Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

stiefzwager

mannelijk (de)/ˈstifswaΙ£Ι™r/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stiefbroer van een echtgenoot
    De oude juffrouw Gomard (…) geeft toe, van haar moeder gehoord te hebben, dat Andersen eigenlijk de zoon van haar schoonvader was, dus haar stiefzwager.
  2. echtgenoot van een stiefzuster of stiefbroer
    Het zijn deze kinderen, die (…) werden bezocht door hun stiefzwager. Deze H. E. is n.l. gehuwd met een dochter uit het eerste huwelijk van W. en woont te Amsterdam.

Etymologie

*afgeleid van zwager