Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
stiefzwager
mannelijk (de)/ΛstifswaΙ£Ιr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stiefbroer van een echtgenootDe oude juffrouw Gomard (β¦) geeft toe, van haar moeder gehoord te hebben, dat Andersen eigenlijk de zoon van haar schoonvader was, dus haar stiefzwager.
- echtgenoot van een stiefzuster of stiefbroerHet zijn deze kinderen, die (β¦) werden bezocht door hun stiefzwager. Deze H. E. is n.l. gehuwd met een dochter uit het eerste huwelijk van W. en woont te Amsterdam.
Etymologie
*afgeleid van zwager
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek