stiften
/ˈstɪftə(n)/
Betekenis
werkwoord
- inkleuren met een stiftIk stiftte mijn lippen knalrood.
- (sport) een bal zacht met een boog (over de keeper) schietenBij het nemen van de strafschop stiftte Panenka de bal over de al gedoken keeper heen.
- (verouderd) stichten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek