stijf

/stɛif/

Wat is de betekenis van stijf?

stijf betekent: niet gemakkelijk te vervormen of te buigen

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. woorden met boekreferenties niet gemakkelijk te vervormen of te buigen
  2. figuurlijk_in_het_nederlands ongemakkelijk in de omgang
  3. woorden met artikelreferenties helemaal, volkomen, totaal, compleet
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stijven
  2. gebiedende wijs van stijven
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stijven

Voorbeelden van "stijf" in een zin

  • Een stalen balk is stijf genoeg om dit gewicht te dragen.
  • Het was fascinerend om te zien hoeveel zout ik verloor: na dagen zonder douche stond mijn shirt stijf van de zoute strepen en bleef het bijna rechtop staan.
  • Hij is zo stijf als een hark!
  • Ik stijf.
  • Stijf!

Etymologie

erfwoord Ontwikkeld uit Middelnederlands stijf, stif “onbuigzaam”, uit Germaans *stīfa-, verwant aan Engels stiff, Duits steif.

Vertalingen

Deensstiv
Duitssteif
Engelsrigid, stiff
Fransraide, rigide
nostiv
papsteif
Spaansrígido, con rigor, tieso
Zweedsstyv