stikstof

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈstɪkstɔf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde, element (scheikunde), (element) een chemisch element en een kleurloos niet-metaal met symbool N en atoomnummer 7
    De stikstof (azoticum), de grondstof van het stikstofgaz (gaz azoticum), werd het eerst in het laatst der zeventiende eeuw ontdekt. Deze stof is als gaz overvloedig in de dampkringslucht aanwezig, en in verbinding met dierlijke zelfstandigheden, van welke laatstgenoemde zij een voornaam bestaandeel uitmaakt.
    Pas op dat de vloeibare stikstof niet over je vingers heen komt!

Etymologie

*Stikstof verwijst naar het feit dat een proefdier dat in pure stikstof geplaatst wordt, stikt, d.i. niet meer leeft (Oudgrieks ἄζωτος /ázōtos/ “onleefbaar”, uit ἀ- /a-/ “on-, niet-” en ζωτος /zōtos/ resp. ζωτικός /zōtikós “levend”).

Vertalingen

Engelsnitrogen
Fransazote
DuitsStickstoff
Spaansnitrógeno
Italiaansazoto
Portugeesnitrogénio, nitrogênio
Russischазот
Japans窒素
Koreaans질소
Arabischنيتروجين
Turksazot
Poolsazot
Zweedskväve
Deensnitrogen, kvælstof