stom

stɔm

Wat is de betekenis van stom?

stom betekent: geluidloos

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. geluidloos
  2. medisch_in_het_nederlands, woorden met boekreferenties niet in staat te spreken
  3. woorden met boekreferenties weinig intelligent
  4. informeel_in_het_nederlands ergerlijk, vervelend, irritant
  5. informeel_in_het_nederlands saai en waardeloos, niet cool

Voorbeelden van "stom" in een zin

  • Een stomme film.
  • Het maakte hem stom van verbazing.
  • Eerst dacht ik dat hij misschien verlegen of zelfs stom was, maar opeens schreef hij een korte vraag in een klein notitieblokje en vulde het aan met wat eenvoudige gebaren.
  • Zelf belde ik ook niet, want ik schaamde me en voelde me zo'n stomkop - echt een stom kind, zoals Cynth die avond ongetwijfeld tegen Sam had gezegd.
  • Waarschijnlijk gaf ze haar loon uit aan haarlak en pulpromannetjes, maar was ze nog te stom om die zelfs maar te lezen.

Etymologie

In de betekenis van ‘niet kunnende spreken, dom’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Duitsstumm, lahm, dämlich, blöd
Engelsstupid, silent, mute, lame
Fransnaze, nul, muet, bête
papmuda
Spaanssoso, estólido, mudo, zote, aburrido
wabiesse, mouwea