stom
Wat is de betekenis van stom?
stom betekent: geluidloos
Betekenis
- geluidloos
- niet in staat te spreken
- weinig intelligent
- ergerlijk, vervelend, irritant
- saai en waardeloos, niet cool
Voorbeelden van "stom" in een zin
- Een stomme film.
- Het maakte hem stom van verbazing.
- Eerst dacht ik dat hij misschien verlegen of zelfs stom was, maar opeens schreef hij een korte vraag in een klein notitieblokje en vulde het aan met wat eenvoudige gebaren.
- Zelf belde ik ook niet, want ik schaamde me en voelde me zo'n stomkop - echt een stom kind, zoals Cynth die avond ongetwijfeld tegen Sam had gezegd.
- Waarschijnlijk gaf ze haar loon uit aan haarlak en pulpromannetjes, maar was ze nog te stom om die zelfs maar te lezen.
Betekenis en uitleg van stom
Het woord 'stom' wordt vaak gebruikt om iets aan te duiden dat niet slim of ondoordacht is. Het kan ook een gevoel van teleurstelling of verveling uitdrukken, bijvoorbeeld als iemand iets doms doet of zegt.
Je gebruikt 'stom' vaak in informele gesprekken, wanneer je iets wilt bekritiseren of wanneer je je ergernis of frustratie wilt uiten. Het kan ook een milde vorm van belediging zijn, maar het kan ook gewoon een uiting van onbegrip zijn zonder kwaad bedoeld te zijn. Afhankelijk van de toon kan het woord variëren van speels tot serieus.
Voorbeelden
- Het was echt stom om je huiswerk op het laatste moment te maken.
- Ik vond de film stom; het verhaal had zoveel meer potentieel.
- Ze maakte een stomme opmerking tijdens de vergadering, waardoor iedereen even verstijfde.
Woordoorsprong
Het woord 'stom' komt van het Oudnederlands en is verwant aan het Duitse 'stumm', wat 'stom' of 'stil' betekent. Het heeft door de jaren heen zijn betekenis geëvolueerd naar een breder scala van negatieve connotaties.
Veelgestelde vragen over stom
Wat is de betekenis van stom?
stom betekent: geluidloos
Hoeveel betekenissen heeft stom?
stom heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je stom in een zin?
Voorbeeld: “Een stomme film.”
Etymologie
In de betekenis van ‘niet kunnende spreken, dom’ voor het eerst aangetroffen in 1240