stomen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets ter reiniging en desinfectie met stoom bewerken
    Ik heb een apparaatje dat het mogelijk maakt mijn tapijt en bekleding te stomen.
  2. inerg (inerg) zichtbaar waterdamp afgeven
    Het vat hete soep stond te stomen.
  3. ov, kookkunst (ov) (kookkunst) etenswaar garen door het in hete stoom te hangen
    Lekker, die gestoomde rijst!
  4. verkeer (verkeer) een voertuig dat aan het voortbewegen is om stoomkracht.
    De twee stoomtreinen stomen het station binnen.

Etymologie

*afgeleid van stoom

Vertalingen

Duitsdämpfen, dampfen, dünsten
Spaanslavar en seco, vaporizar, cocer al vapor