stormvogeltje
/ˈstɔrᵊmˌvoɣəlcə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (buissnaveligen) bepaald sort zeevogel, uit de familie van de noordelijke stormvogeltjes (), die ver in zee voorkomt en broedt op rotsige eilanden; de wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 als Procellaria pelagica gepubliceerd door Carl Linnaeus
Etymologie
*afgeleid van "stormvogel"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek