stortbui

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meteorologie (meteorologie) meestal korte maar heftige regenbui
  2. wordt ook in figuurlijke zin gebruikt als iemand veel zegt en/of lawaai maakt.
    nadat hij zich op zijn vinger had geslagen liet hij een stortbui van scheldwoorden horen.

Vertalingen

Engelsdownpour
Fransaverse, drache
DuitsPlatzregen