strafschop
mannelijk (de)/ˈstrɑfsxɔp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voetbal) directe vrije trap voor de aanvallende partij na een zware overtreding van de verdedigende partij binnen het strafschopgebiedEven later tekende Lewandowski wel voor zijn tiende Champions League-treffer. Oud-Ajacied Maximilian Wöber ging het duel met de Poolse spits veel te lomp in, waarna Lewandowski zijn zelf verdiende strafschop snoeihard in de linkerhoek schoot: 1-0.
Vertalingen
Engelspenalty kick
Franscoup de pied de réparation, penalty
DuitsStrafstoß
Spaanspenalti
Italiaanscalcio di rigore, rigore
Portugeespênalti
Poolsrzut karny
Zweedsstraffspark, straff
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek