strak
strɑk
Wat is de betekenis van strak?
strak betekent: nauwzittend, zonder plooien, glad
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- nauwzittend, zonder plooien, glad
- onaangedaan, stoïcijns, zonder blijk te geven van emotie
- streng, strikt, zonder dat er veel vrijheid wordt geboden
- zonder franje, rechttoe rechtaan
- met weinig financiële ruimte, krap
Voorbeelden van "strak" in een zin
- Ze draagt een wit T-shirt boven een strakke spijkerbroek.
- Zijn T-shirt trekt strak bij zijn onderrug.
- Met een strak gezicht houdt hij vol dat hij het niet gedaan heeft.
- ' Ze keek me strak aan en nam nog een trekje.
- In zijn huis gelden strakke regels.
Etymologie
In de betekenis van ‘erg goed’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1987
Vertalingen
Duitseng, streng, schlank
Engelstight, sleek, strict
Fransstricte, serré, épuré, étroit
Spaansestricto, ajustado, depurado, estrecho
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek