strandcabine
vrouwelijk (de)/ˈstrɑntkaˌbinə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) hutje bij een strook met zand bedekt land langs de kust; vooral gebruikt als omkleedruimte en bergruimte voor strandspullenJij hebt zelf een strandcabine in Domburg. Je ondersteunt dus ook kustbebouwing? "Haha, ja, mar het is slechts een hokje. We zitten er wekelijks. (…)"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek