strandganger
mannelijk (de)/ˈstrɑntxɑŋər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een bezoeker van het strandOp een mooie zomerdag is het strand vol met strandgangers.
Etymologie
*Samenstellende afleiding van strand en gang
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*Samenstellende afleiding van strand en gang