strandhotel

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hotel voor badgasten gelegen in de buurt van een water en het strand
    Dit suggereerde dat het licht door beide spleten tegelijk viel, als een vloedgolf die door twee naast elkaar geplaatste deuren van een strandhotel breekt en dan binnen met zichzelf interfereert.
    Het Badhotel werd diverse malen uitgebreid, de herberg 't Schuttershof was inmiddels een hotel geworden, Villa Marina aan de Noordstraat werd in 1893 Hotel de l'Europe en hoog op de duinen, schuin achter het Badhotel, werd in 1898 het Strandhotel gebouwd.