strateeg

mannelijk (de)/straˈteɣ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een persoon die strategieën uitwerkt
    Hij is een groot strateeg.
    Willem Post van Clingendael verwacht dat Obama een belangrijke rol als strateeg zal vervullen tijdens de campagne, en – indien Biden wordt gekozen – hij de nieuwe president met raad en daad terzijde zal staan.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘veldheer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1867

Vertalingen

Engelsstrategist
Fransstratège
DuitsStratege
Spaansestratega