streektaalfunctionaris

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. streektaal, beroep (streektaal) (beroep) ambtenaar die een streektaal onderzoekt en het gebruik ervan bevordert

Etymologie

* In de betekenis van ‘ambtenaar die een streektaal onderzoekt en het gebruik ervan bevordert’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1983