streep

mannelijk/vrouwelijk (de)/strep/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een min of meer rechte getrokken lijn of lijnstuk
    Als het fout is, zet de leraar er een dikke streep door.
    De volgende dag stond ze ernaar te kijken, terwijl de zon achter haar raam nog slechts een smalle streep aan de horizon was.
    Het was fascinerend om te zien hoeveel zout ik verloor: na dagen zonder douche stond mijn shirt stijf van de zoute strepen en bleef het bijna rechtop staan.
  2. kleding (kleding) lijnvormig patroon, motief (gewoonlijk )
    Een jurk met strepen.
  3. figuurlijk (figuurlijk) een begrenzing die niet overtreden dient te worden
    We zetten er een streep onder.
    Ik ging over de streep.
    De man die het leven zo liefhad maar' er niet mee om kon gaan, de man die omgeven kon zijn door donker, die vluchtte voor zijn demonen, hij zette een streep van vuur.
  4. taalkunde (taalkunde) koppelteken
  5. eufemisme, verouderd (eufemisme) (verouderd) toiletbezoek

Etymologie

* In de betekenis van ‘lijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 918

Uitdrukkingen

  • Iemand over de streep trekkenIemand ergens van weten te overtuigen, of iemand met succes ergens toe aanzetten
  • Een streep door de rekening halenDe schuld van iemand kwijtschelden en het er niet meer over hebben
  • Een streep door de rekening zijnAlles door de war halen
  • Er loopt een streep ( of streek) doorGezegd van iemand die niet helemaal goed bij zinnen is [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_2293.phpv2194 www.dbnl.org]
  • Op zijn strepen staanOpkomen voor datgene waar men recht op meent te hebben
  • Een streep aan de balkStoett-151 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]

Vertalingen

Engelsline, stripe, line
Fransligne, rayure, bornes
DuitsStrich, Streifen, Grenze
Spaanslinea, raya, raya