strijkbout

mannelijk (de)/ˈstrɛiɡbɑut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) zwaar voorwerp met een glad vlak dat gebruikt wordt om gewassen textiel na het drogen door middel van warmte en eventueel stoom glad te strijken
    Aan strijken deed mijn oma overigens ook niet. De strijkbout haal je pas tevoorschijn, zei ze, als je het tafelkleed op tafel legt of die kreukgrage jurk uit de kast trekt.

Etymologie

* , oorspronkelijk gebruikt voor het stuk gloeiende ijzer dat als warmtebron in een strijkijzer werd gestopt, maar als pars pro toto gangbaar geworden