strijkstok

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) een constructie waarmee de snaren van een strijkinstrument in trilling gebracht worden
    De strijkstokken van de violisten gingen precies gelijk.
  2. handel (handel) een stok waarmee een maatvat voor droge stoffen afgestreken wordt
    Met een strijkstok kun je een maatvat precies met de juiste hoeveelheid afstrijken.
  3. verouderd (verouderd) ouderwetse lucifer, die op allerlei materialen door aanstrijken, kon ontvlammen

Etymologie

* In de betekenis van ‘stok om muziekinstrument mee te bespelen, om maat mee af te strijken’ voor het eerst aangetroffen in 1567

Uitdrukkingen

  • aan de strijkstok blijven hangen.
  • :wordt gebruikt als er iets overblijft dat doorgaans ten goede komt van de uitvoerder van de activiteit.

Vertalingen

Engelsbow, strickle, matchstick
Fransarchet
Spaansarco