stroming

vrouwelijk (de)/'stromɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zich in een bepaalde richting voortbewegen van een vloeistof
    Er stond een sterke stroming in de zeearm ten gevolge van de opkomende vloed.
  2. een bepaalde beweging die zekere denkbeelden gemeen heeft
    Het kubisme was een stroming die in de vorige eeuw de kunst sterk beïnvloed heeft.
    Op de trail had ik geen plannen en bewoog met de stroming mee.

Etymologie

* van stromen .

Vertalingen

Engelscurrent, tendency, trend
Franscourant, courant, tendance
DuitsStrömung, Strömung
Spaanscorriente, tendencia