strompelen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- gebrekkig lopen, lopen terwijl je het eigenlijk bijna niet meer kan, struikelend lopenAls je Feyenoord zo ziet strompelen ontstaat het beeld dat de ploeg in de beginfase van de competitie boven zijn stand heeft geleefd - als koploper vanaf dag één, met het verwachtingspatroon (de hunkering naar ‘de Coolsingel’) dat is ontstaan. De voorsprong van vijf punten op Ajax is in een maand tijd verdampt. Beide clubs staan nu - met nog twintig speelronden te gaan - samen aan kop, al heeft Feyenoord een beter doelsaldo. NRC 27 november 2016Kinderliteratuur is immers de literatuur van de mogelijkheden. Daar bevinden zich nog ridders, dinosaurussen, prinsessen, speurtochten naar een schat, daar zijn opa’s en oma’s die niet strompelen of dementeren maar pannenkoeken bakken. NRC Thomas de Veen 7 oktober 2016
Etymologie
* In de betekenis van ‘met moeite lopen’ voor het eerst aangetroffen in 1437
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek