stropers
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈstropɛrs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) apparaat dat afgemaaide graanstengels samenperst voor transport en opslagDe dorsmachine wordt aangedreven door een locomobiel en is nog niet voorzien van een stropers die het stro tot balen perst.
Etymologie
*[B] "stroper" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek