stroppen

Betekenis

werkwoord
  1. intr (intr) dichtsnoeren (met een touw)
    De aardappelzak werd goed dichtgestropt, om de aardappelen niet te verliezen.
  2. intr (intr) verhinderen, blokkeren, de doorgang verhinderen (met een touw)
    De kinderen hebben het jongehuwde paar gestropt.
  3. intr (intr) (onbedoeld) bedriegen
    Zijn we d'er aan gestropt, we hebben toch een moment van plezier gehad.

Etymologie

* In de betekenis van ‘blijven steken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1851