strosnijder

mannelijk (de)/ˈstrosnɛidər/

Wat is de betekenis van strosnijder?

strosnijder betekent: (landbouw) (gereedschap) werktuig dat droge halmen van graangewassen met een mes in kleinere stukken deelt voor verdere verwerking

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw, gereedschap (landbouw) (gereedschap) werktuig dat droge halmen van graangewassen met een mes in kleinere stukken deelt voor verdere verwerking
  2. landbouw (landbouw) iemand die droge halmen van graangewassen in kleinere stukken deelt om ze aan dieren te voeren
  3. figuurlijk, informeel (figuurlijk) (informeel) (meestal voorafgegaan door een bijvoeglijk naamwoord) gemoedelijke aanspreekvorm of licht minachtende aanduiding

Voorbeelden van "strosnijder" in een zin

  • Verder is de achterkant van de zelfvoeder vaak voorzien van een aantal messen om het stro in 3 of 4 stukken te snijden. Deze strosnijder kan naar wens worden in- of uitgeschakeld.
  • Deze beroepen eisen ook bijna geen scholing in de praktijk: koetsier, garageknecht, knopensorteerder, stalknecht, machine-inpakker, havenarbeider, tegelperser, expeditieknecht, poetser, pepermuntstanser, sigarenringer, glazenwasser, sloper, baggerman, pannenglazuurder, flessenvuller, classificeerder, lijmkoker, straatveger, aanspreker, tabaksstripper, vuilnisman, stijfselvormer, badknecht, kruier, zakkenbinder, arbeider in bierbrouwerij, opperman, rijwiellakker, strosnijder, katoenbreker. Laten we vooropstellen, dat de samenleving de beoefenaren van deze beroepen niet zou kunnen missen, maar de jongeman, die een dergelijk beroep kiest zal zich wel bewust moeten zijn, dat hij op een niet brede basis zijn loopbaan aanvangt en dat hij spoedig de top in zijn vak zal hebben bereikt.
  • Hé Bultje, zeg eens wat, ouwe strosnijder.
  • De gymnasiast maakt kennis met een dozijn boeken die men naar eigen keuze als paarlen van de wereldliteratuur of als stomvervelende oude strosnijders kan betitelen.