stuccen

/ˈstykə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. een muur of plafond met pleister afwerken en gladmaken; het aanbrengen van stucwerk
    Hij werkt met zijn collega’s op dit moment aan ‘nivellerend behang’ – voor een gladde muur is stuccen dan niet meer nodig. Dat scheelt weer een stukadoor.

Etymologie

*afgeleid van "stuc" , ondanks de uitspraak (met een lange -uu-) geschreven met een dubbele c onder invloed van "stucco" en "stuccare"