studentin

vrouwelijk (de)/stydɛnˈtɪn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die hoger onderwijs volgt
    Daar komt nog bij dat hij een vroegere studentin ontmoet, Carolyn, die hem aan zijn glorietijd herinnert: halverwege de jaren zestig, de tijd van de ongeremde seksuele vrijheid, de pil, de auto, de wiet, de welvaart.

Etymologie

*afgeleid van "student"