stuiteren

/ˈstœytərə(n)/

Wat is de betekenis van stuiteren?

stuiteren betekent: (erga) herhaaldelijk vanaf een bodem kaatsend opspringen

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) herhaaldelijk vanaf een bodem kaatsend opspringen
  2. erga, figuurlijk (erga) (figuurlijk) zich door weerstanden die worden ontmoet schoksgewijs telkens in een andere richting bewegen
  3. inerg, spel (inerg) (spel) met knikkers spelen
  4. ov, basketbal (ov) (basketbal) (over de bal) van de grond laten opspringen terwijl men zich verplaatst
  5. inerg, figuurlijk (inerg) (figuurlijk) in opgewonden toestand druk of woest bewegen

Voorbeelden van "stuiteren" in een zin

  • Een van de knikkers was van de tafel gestuiterd.
  • Wanneer een druppel vloeistof op een hard oppervlak valt kan hij terug omhoog stuiteren of uit elkaar spatten.
  • De enige echte oplossing is in de wereld van tijd en plaats het tijdloze te herkennen. Het bijzondere te ontdekken in het gewone. Stil te staan bij het wonder dat het leven is, ook al verloopt ons levensverhaal dan met hobbels en kuilen, stuiteren onze gevoelens alle kanten op en hebben we allerlei gedachten over hoe het zou moeten en kunnen zijn.
  • Waren ze aan het stuiteren, wat zij graag deden om een knikker voor elk raak schot, dan pakte hij de stuiters af, omdat zij aan het dobbelen waren en om geld speelden, (…).
  • We moesten van hem heel vaak basketballen. Ons probleem was dat we de bal maar zo’n beetje aan het stuiteren waren en nooit iemand anders bij het spel betrokken.

Betekenis en uitleg van stuiteren

Stuiteren betekent dat iets met een soort sprongetje of terugslag tegen een oppervlak aankomt en weer omhoog gaat. Denk bijvoorbeeld aan een bal die je op de grond gooit; deze stuitert terug omhoog door de kracht van de schok.

Het woord 'stuiteren' wordt vaak gebruikt om bewegingen te beschrijven die een herhaalde terugslag vertonen, zoals bij het spelen met een basketbal of het effect van een bal op een harde vloer. Het kan ook figuurlijk worden gebruikt om te verwijzen naar ideeën of emoties die van de ene naar de andere plek 'stuiteren', zoals in een gesprek waarin gedachten snel van onderwerp naar onderwerp springen. In deze context heeft het woord een speelse of dynamische nuance.

Voorbeelden

  • De kinderen stonden in de tuin te stuiteren met hun nieuwe voetbal.
  • Tijdens de vergadering leek de discussie te stuiteren tussen verschillende onderwerpen zonder helderheid.
  • De rubberen bal stuiterde volop tegen de muur en kwam steeds terug naar de speler.

Woordoorsprong

Het woord 'stuiteren' is afgeleid van het werkwoord 'stuiten', dat een vergelijkbare betekenis heeft en verwijst naar het terugkaatsen van een object.

Veelgestelde vragen over stuiteren

Wat is de betekenis van stuiteren?

stuiteren betekent: (erga) herhaaldelijk vanaf een bodem kaatsend opspringen

Hoeveel betekenissen heeft stuiteren?

stuiteren heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Wat zijn synoniemen van stuiteren?

Synoniemen van stuiteren zijn: dribbelen, opstuiten.

Hoe gebruik je stuiteren in een zin?

Voorbeeld: “Een van de knikkers was van de tafel gestuiterd.

Etymologie

**[3] In de betekenis van ‘knikkeren’ voor het eerst aangetroffen in 1706

Vertalingen

Spaansrebotar