opstuiten

/ˈɔpstœytə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) naar boven stuiteren
    „Veel tegenstanders laten ons niet opbouwen en dat maakt het niet makkelijker. Zeker als je op een slecht veld speelt en de ballen telkens opstuiten.”
    Het hardcourt was volgens de eisen van de internationale bond ITF 'te snel', wat wil zeggen dat de ballen na het opstuiten van de grond te veel vaart behielden.