stuiver
mannelijk (de)/ˈstœyvər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (numismatiek) een muntstuk van vijf cent (f 0,05), een twintigste van een guldenDaar heb ik wel een paar stuivers voor over.
Etymologie
* van stuiven
Vertalingen
Engelspenny
Spaanspenique
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek