stuiver

mannelijk (de)/ˈstœyvər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. numismatiek (numismatiek) een muntstuk van vijf cent (f 0,05), een twintigste van een gulden
    Daar heb ik wel een paar stuivers voor over.

Etymologie

* van stuiven

Vertalingen

Engelspenny
Spaanspenique