stukgaan
/ˈstʏkxan/
Betekenis
werkwoord
- (erga) ophouden te functioneren al of niet door te brekenMijn radiootje is stukgegaan.
- (erga) (spreektaal) in lachen uitbarstenIk plaats regelmatig activistische dingetjes op mijn Instagram. Op een keer postte ik daar de vraag: wat heb jij geleerd, wat is jou het meest bijgebleven dit jaar? De meeste mensen kwamen met super politiek correcte antwoorden, zoals: “ik heb geleerd dat ikzelf ook best wel discriminerende dingetjes zeg.” Maar toen kwam Oifik mijn vriend, die ik toen nog niet kende. En hij zei: “Wat ik eigenlijk iedereen wil meegeven, is het volgende: wat je echt een keer moet proberen is een opgewarmd broodje pindakaas en augurken”. Ik reageerde eigenlijk net als nu, ik ging stuk en daarmee was gelijk het ijs gebroken.
Vertalingen
Engelsbreak, break down, crack up
Spaansestropearse, romperse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek