stukslaan
/ˈstʏkslan/
Betekenis
werkwoord
- (ov) slaan tot iets breektDe inbreker had een ruitje stukgeslagen.
- (ov) (spreektaal) (figuurlijk) uitgeven van geld voor vermaakAan de bar kon hij op een avond gemakkelijk 200 euro stukslaan.
- (erga) gebroken rakenHet schip was op de rotsen stukgeslagen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek