stuurcabine
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- deel van een voertuig waar de bestuurder zitDe hond stond nu blaffend op het dak van de stuurcabine, en de mannen keken met grimmig gezicht van de camera weg.De piloot zegt dat hij door het giftige tcp, een chemische stof die in de lucht van de stuurcabine zou hangen, ziek is geworden. Die tcp-dampen komen uit de motor en dringen via de luchtverversers de cockpit binnen.
Vertalingen
Engelsdriver's cabin, cockpit, cabin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek