stuurpen

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈstyrpɛn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderdeel van een fiets: onderdeel waarmee het stuur aan de binnenbalhoofdbuis wordt verbonden
    Herremans, een bekende Belgische triatleet die in 2002 door een fietsongeluk verlamd raakte, doet dat op een handbike. ,,Dat zal een huzarenstukje worden. Hij moet zich naar boven trekken op zijn armen”, zegt Smets. ,,Ik zal hem vergezellen, terwijl ik achterwaarts op mijn fiets zit. Mijn zadel zal omgekeerd op mijn stuurpen gemonteerd staan. En op de plek waar het zadel normaal zit, zal ik twee spiegels monteren. Dat doen we omdat ik moeilijk achterom kan kijken op zo'n fiets.” Tubantia 08-01-19 [https://www.tubantia.nl/sport/smets-wil-achteruit-fietsend-de-ventoux-op~a8bfbd34/ Smets wil achteruit fietsend de Ventoux op]
    De meest voorkomende problemen waren de aanwezigheid van openingen met het risico dat vingers gekneld kunnen raken, een te zwakke stuurpen en het ontbreken van gebruiksinstructies en waarschuwingen. “Als minister van Consumenten wil ik erop toezien dat speelgoed veilig is, en dat ouders hun kinderen met een gerust hart kunnen laten spelen”, zegt minister Kris Peeters (CD&V). De Standaard 14/07/2016 om 10:14 door sdv [https://www.standaard.be/cnt/dmf20160714_02384516 Minder dan tien procent van kindersteps helemaal veilig]

Vertalingen

Engelsstub-axle, axle spindle, draglink