stuurrad

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het grote wiel met uitstaande spaken waarmee men het roer van een boot bedient
    Midden op het IJ viel de motor van onze zeewaardige boot uit. Eén van mijn broers stond aan het stuurrad en riep dat er iets mis was. Niemand reageerde op zijn roep; we gingen rustig door met ademhalen, boeken lezen en rosé drinken. Het Parool 3 SEPTEMBER 2008 [https://www.parool.nl/binnenland/uitvaren-2~a30040/ Uitvaren (2)]
    Een gevoel van opwinding; anders is het niet te zeggen. De zeilboot van mijn vriend is een juweel. Eigenlijk nog nieuw en in perfecte staat. Belangeloos heeft hij mij de boot geleend. Als ik er maar zuinig op ben. Wel, dat lijkt me geen punt. Mijn haar wappert in de wind en met een onbedwingbaar gevoel van trots sta ik achter het grote stuurrad van het schip van mijn vriend. Reformatorisch Dagblad 29-12-2009 [https://www.rd.nl/opinie/columns/wind-in-de-zeilen-zon-op-de-boeg-1.138055 Wind in de zeilen, zon op de boeg]
    Van Waarts volgende onderdeel in de rondleiding is het dubbele stuurrad dat al gereed is voor gebruik. „Er stond altijd twee man aan het roer en door het dubbel te maken, kon tijdens een storm vier mannen het roer in bedwang houden.” Reformatorisch Dagblad Gerco Verdouw 20-10-2011 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/rotterdam-herbouwt-oorlogsschip-de-delft-1.639397 Rotterdam herbouwt oorlogsschip De Delft]

Vertalingen

Engelshandle-bar, steering wheel spoke, steering-wheel